vrijdag 30 november 2018

Werken bij de Overheid. Deel III.

Ha brat, het Ministerie van Justitie en Veiligheid verdient een eigen post, schreef ik eerder. Feitelijk bedoel ik dan primair het Openbaar Ministerie. Om te beginnen,  over hoe die twee zich tot elkaar verhouden staat op de site van het Ministerie van J&V het volgende te lezen:

Openbaar Ministerie (OM), Politie en rechtspraak
Het Openbaar Ministerie (OM), verantwoordelijk voor opsporing en vervolging van criminelen, neemt naast de gespecialiseerde diensten een bijzondere positie in. Het OM heeft een grote autonomie op zijn eigen werkterrein. De minister van Justitie en Veiligheid is ook verantwoordelijk voor de politie. De rechtspraak (rechtbanken) maakt géén deel uit van het ministerie. De rechtspraak is onafhankelijk georganiseerd.

Die laatste zin verwijst naar de Trias Politica van Montesquieu: een staatsindeling waarbij de taken wetgeving, uitvoering en rechtspraak zijn gescheiden.
Rechters en Officieren van Justitie vallen dus onder het OM. Het werk van het OM is een van de meest zuivere overheidstaken; dit is iets dat je echt never-nooit-niet aan de markt kunt overdragen. Van de overheid moet je kunnen verwachten dat zij alles eerlijk afwegen en afhandelen, zonder aanziens des persoons. Niet voor niets heeft Vrouwe Justitia naast een zwaard, een balans in de hand en is zij geblinddoekt.
Echter, hoe goed doen we het eigenlijk in Nederland? Eergisteren kwam naar voren dat in de Chipshol zaak de rechter had opgebeld in de zaak waarover hij rechtsprak, naar de advocaat van Chipshol, om deze te ontmoedigen. Meer dan schandalig uiteraard, en het geeft ook zwaar te denken dat de man in kwestie gewoon een vervroegd pensioen is gegaan waarbij hij tevens een vrijwaring heeft bedongen van het OM. (Terwijl een jarenlange gevangenisstraf en een forse financiële boete niet zouden hebben misstaan, naar mijn bescheiden mening. Maar ja, ik ben dan ook geen rechter en behoor al helemaal niet tot het circuit). En dan die zaken uit het relatief recente verleden: Lucia de B., de Schiedammer Parkmoord, De Puttense moordzaak.  In de Schiedammer Parkmoord werd een ventje van 12, zijn vriendinnetje was het dodelijk slachtoffer, keihard verhoord omdat zijn beschrijving van een magere dader niet matchte met de ideeën van de rechercheurs, die wisten dat een dikke man, eerder veroordeeld voor een zedendelict, nabij de plaats delict was gezien. Het ventje hield moedig stand maar toch werd de dikke man veroordeeld en verdween in de cel; ten onrechte bleek later. En dan recentelijk nog die kwestie waar nu iemand achteraf is vrijgesproken, na jarenlang ten onrechte vastgezeten te hebben. Nu was gebleken dat hij destijds in het verhoor niet alleen zwaar onder druk was gezet, maar ook was 'gevoerd' met gewenste antwoorden. Zoiets als: 'In wat voor een auto reed je? Ja, Opel is goed, maar ik moet een andere kleur van je horen, iets donkerder.' En die verdachte, murw, maar raden: 'Blauw? Grijs? Zwart?'
Broddelwerk? Op zijn minst. Maar ik denk dat er meer aan de hand is.
In het werk van het OM, het justitieel onderzoek en het verhoor in de rechtbank etc., zou waarheidsvinding centraal moeten staan. Inmiddels is uit diverse zaken gebleken dat het OM bij de dossieropbouw bewust en met voorbedachte rade ontlastende informatie weglaat. Het verkrijgen van een veroordeling heeft blijkbaar een hogere prioriteit dan het verkrijgen van een goede afweging van alle feiten.
Het moederministerie, J&V, geeft daarbij overigens het voorbeeld: een jaar geleden kwam immers aan het licht dat het 'onafhankelijk' Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum WODC zijn onderzoeksresultaten aanpaste op verzoek van de beleidsambtenaren op het departement.

Okee, zul je zeggen, maar het gaat hier wel om boeven vangen, mogen ze bij het OM dan helemaal geen fouten maken?
Natuurlijk wel, fouten maken gebeurt overal, ook in situaties waarin er een leven van afhangt, zoals in een medische setting, en ook wanneer het leven er in overdrachtelijke zin van afhangt, zoals in een rechtszaak. Tijdens mijn wetenschappelijke opleiding heb ik geleerd dat je bij onderzoek twee soorten fouten kunt maken: toevallige en systematische. De toevallige fouten zijn goed te bestrijden, door meer precisie uiteraard, en door de meting een aantal malen te herhalen. Maar systematische fouten, die een gevolg zijn van een onjuiste methode, zijn veel geniepiger. Hoe kom je er achter, en hoe sluit je ze uit?
En dan is er uiteraard nog een derde categorie: fraude. Bewust de resultaten sturen, door meetresultaten te verzinnen, of door resultaten die je niet van pas komen weg te laten. Ene meneer Stapel weet daar alles van. Die zit daarvoor de rest van zijn leven op de blaren. Maar hoe ziek is het eigenlijk dat het OM,  in de binnenste schil van de overheid, bij herhaling heeft aangetoond meer waarde te hechten aan het bereiken van de gewenste uitkomst (een veroordeling), dan het vinden van de waarheid. En daarmee gewoon door kan gaan. Elkaar de hand boven het hoofd houdt. Hoezo balans, hoezo zonder aanziens des persoons?

Zoals in de twee eerdere posts over dit onderwerp, ben ik een overheidsdier. Dat verklaart waarom dit stelselmatig gerotzooi van mij nogal opwindt. Is dit hoe 'mijn overheid' zich gedraagt?
Nogmaals, ik weet uit ervaring hoe lekker amateuristisch het er aan toe kan gaan, en kan daar met een zekere vertedering naar kijken. Bureaucratisch, ambtelijke molens die langzaam malen, de stoffige lucht van een kantoor vol dossiermappen. Maar nooit heb ik op mijn afdelingen geaccepteerd dat er gemarchandeerd werd met objectieve feiten. Een bestuurder heeft het recht op te weten hoe het zit, hoe pijnlijk de feiten ook zijn, en een ambtenaar is verplicht die feiten onverbloemd aan zijn bestuurder te tonen, zo mogelijk vergezeld van een goed ambtelijk advies.
Die lui bij het OM, en evenzo zij bij het ministerie van J&V, zitten zwaar fout en zouden zich heel diep moeten schamen. En die hele top zou vervangen moeten worden. Bah.

Nabrandertje: Wat denk je dat er van die politiechef die destijds verantwoordelijk was voor die foutieve verhoren, terecht gekomen is? Juist. Hij is nu docent verhoortechnieken op de politieacademie.

Groeten van een boze Brat.



donderdag 29 november 2018

Vandaag, donderdag, ergens in Nederland....

Ha brat, met jouw welnemen, en desnoods zonder, richt ik mij vandaag tot de grote groep van lezers die deze broederblog volgen, lezers waarvan de meeste zich helaas nog niet als volger te hebben aangemeld maar wel onze blog nauwgezet lezen: 


Goedendag lieve Kijkbuiskindertjes!


Afbeeldingsresultaat voor meneer de uil

Vandaag, donderdag 28 november, zullen brat en Brat elkaar ergens in Nederland in het openbaar ontmoeten. Zonder vermomming! 
Bij deze loven wij vanuit het Grote Dierenbos een premie van 150 euro uit (ja,ja, dat is niet mis!) voor het eerste kijkbuizertje dat een foto van deze ontmoeting maakt en uploadt vóór 1 december 2018, in een reactie op deze blog
Tip: Brat lijkt een beetje op Bor de Wolf, terwijl bratje meer weg heeft van Lowieke de Vos. Maar bij elkaar hebben ze ook wel wat weg van Ed en Willem Bever.
Familieleden van Brat'ya Plotnicki zijn uitgesloten van deelname.  

woensdag 28 november 2018

Over werken bij de Overheid. Deel II

Dag bratje.
Je wil vast wel van mij aannemen dat er zelden of nooit iemand op zijn sterfbed verzucht: 'acht, had ik maar meer tijd en energie aan mijn werk besteed.' Toch lijkt, zolang we er nog middenin zitten, werk ongelofelijk belangrijk. We ontlenen er heel veel aan.
Toen ik een jaartje of twintig had gewerkt, en mijn eerste ervaringen in het bedrijfsleven ook achter de rug had, heb ik eens tijdens een werketentje gezegd dat wat mij betreft, er drie vormen van werk zijn: voor de algemene zaak, voor een baas, of voor jezelf. Anders gezegd: overheid, bedrijfsleven of zelfstandig. Nog anders: communistisch, kapitalistisch of anarchistisch. En ik stelde toen: ik kan het beste communistisch of anarchistisch werken; maar kapitalistisch werken, waarbij een ander, naarmate jíj harder werkt, een steeds mooiere bureaustoel krijgt, ligt mij het minste.
Maar ja, je weet hoe dat gaat, je vergeet zoiets weer, en zodoende werd ik later businessmanager bij een ingenieursbureau. Om al vrij snel opnieuw te ontdekken dat het werken in een bedrijf niet heel goed bij mij past. Ik heb het er zeven jaar volgehouden, en presteerde qua resultaten niet onverdienstelijk, maar het aldaar gangbare denken in fiancieel gewin bleef altijd wringen.
Is het werken bij de overheid dan zaligmakend? Nee zeker niet. Toen ik in 1986 net begon was ik verbaasd om niet te zeggen verbijsterd hoe amateuristisch het er op zo'n kantoor aan toe gaat. Bureaucratisch. En soms is er sprake van machtsspelletjes. Maar wat het mooi maakt is dat het werk gericht is op het algemeen belang. Het heeft daardoor iets idealistisch. Meestal gaat het om vraagstukken waarin het afwegen van belangen plaats moet vinden. Dat maakt het complex en interessant.
Bovendien geldt bij de overheid dat er in het organiseren van het werk sprake is van een streven naar eerlijkheid en transparantie, als beginsel. Iedereen kan bijvoorbeeld nagaan hoeveel de ander verdient. Iedereen heeft dezelfde toegang tot opleidingen en andere voorzieningen. Het is in principe eerlijk verdeeld. Ook heeft iedereen die dat wil de kans om een bestuurder te worden, via het politieke pad.
Met de term 'ambtenaar' heb ik nooit moeite gehad. In andere landen heet dat 'official', in het oude China heette het 'mandarijn' en was het een functie met veel aanzien.
Leuk is ook de volgende anekdote over Vonhoff. Aan hem werd, toen hij burgermeester van Utrecht was, eens gevraagd of hij als liberaal geen moeite had om altijd met ambtenaren te moeten werken, die waren toch lui en dom, en hebben zo'n van negen tot vijf mentaliteit. 'Ach nee, helemaal niet' zei hij. En hij legde uit: 'Men kan ambtenaren indelen op de assen dom en slim, en lui en ijverig. Dat levert vier kwadranten op. Stel nou eens dat de meeste ambtenaren in de categorie 'dom en lui' zitten, zoals de vraagsteller suggereert; wat dan nog? Zouden ze geen aanstelling als ambtenaar hebben, dan zouden ze thuis op de bank zitten met een uitkering. Dat maakt voor de Staat niet zoveel uit. Nee, de categorie 'dom en ijverig' is voor de bestuurder veel lastiger. Om het maar niet te hebben over de categorie 'slim en ijverig'; die komen altijd op een ontijdig moment met uiterst relevante dossiers, met een hoog risico voor de bestuurder om je vingers aan te branden; daar zit je niet op te wachten. Nee, in de categorie 'slim en lui' bevinden zich de beste ambtenaren'.

Afbeeldingsresultaat voor henk vonhoff
Henk Vonhoff

Deze anekdote, die je hopelijk wel kunt waarderen, bevat een kern van waarheid. Veel dossiers zijn, zoals eerder gezegd, complex. Een lineaire benadering (hier staan we nu, en daar moeten we naar toe) is veelal een illusie. Je moet het meer energetisch bekijken, als een oplossingsruimte met kansenwolken en gedrag alsof het kinetische reacties betreft. Een klein duwtje, op het juiste moment geplaatst, kan katalyserend werken en de zaak in gang zetten, waarna het als vanzelf loopt. Als chemicus en tevens Taoist kon, en kan, ik daar wel wat mee. Het gaat bij de overheid om je circle of influence  zo groot mogelijk maken (Stephen Covey). Soms helpt juist niets doen daar het beste bij (zoals de Duitsers zeggen: 'Durch Einfach Liegen Lassen, Erledigen').
Dit type strategische benaderingen heeft in het werk van de overheid veel meer ruimte en kans op succes, dan in het werk van het bedrijfsleven. Dat durf ik op grond van mijn werkervaring inmiddels wel te stellen.

Toch heeft mijn respect voor het werk van de overheid de afgelopen jaren een flinke deuk opgelopen.
Daarover vrijdag meer: dan krijg je de laatste episode van deze trilogie te lezen.

Brat.

Over ondernemen gesproken

Dag Brat,

In jouw vorige post maakte je de opmerking dat ondernemen iets minderwaardigs is vergeleken met werken voor de publieke zaak. De farmaceutische industrie is naast de tabaksindustrie daar wat mij betreft een mooi voorbeeld van.

Van de zomer was een fabrikant in het nieuws die een oud medicijn, maar vanwege een nieuwe werking nog steeds onder patent, in prijs had verhoogd van € 0,28 naar € 140,- per pil.

Het AMC dacht slim te zijn en ging zelf dat medicijn maken in hun eigen apotheek. Dat mag, magistrale bereiding heet dat. Het gaat over een oud middel tegen galstenen dat ook blijkt te helpen bij een zeldzame stofwisselingsziekte.

Alleen de fabrikant vond dat niet leuk en schakelde de inspectie in. En die tikte het AMC op de vingers. Wegens zogenaamde onzuiverheden was de veiligheid van de cliënten niet gegarandeerd.

Ik vond dat flauw van de inspectie, teveel conform regeltjes.

Maar de inspectie heeft nu blijkbaar het volledige onderzoeksrapport klaar, en dan krijgt het verhaal een heel andere wending.

Zoals nu vermeld in het NRC, moest de inspectie optreden na een brief van de farmaceut. Blijkbaar was de inspectie er ook niet geheel blij mee.
Maar ze laten nu middels het onderzoeksrapport weten niet alleen wat het AMC fout deed, maar ook hoe het wel mag. Bewust volgens de hoofdinspecteur.

Kijk dat vind ik nou weer leuk.

Groet brat.

dinsdag 27 november 2018

Over werken bij de Overheid. Deel I.

Dag brat.
Vandaag staat in de krant dat de Hoge Raad afgelopen vrijdag in de Chipshol definitief heeft vastgesteld dat een rechter tijdens de lopende zaak de advocaat van Chipshol opbelde om hem te ontraden door te gaan met de procedure, die Chipshol toch zou gaan verliezen. De familie Poot, eigenaren van het bedrijf Chipshol, hadden strategische grondposities die Schiphol niet goed uitkwam, en kwamen terecht in een langdurig en slopend juridisch conflict met Schiphol. Nu deze uitspraak er ligt, zal er een forse claim volgen.
Schiphol is overigens voor bijna 70 % eigendom van grootaandeelhouder De Nederlandse Staat, en voor 20 % van de gemeente Amsterdam.
De strijd van Chipshol tegen Schiphol doet me denken aan die van projectontwikkelaar Stienstra versus de gemeente 's-Hertogenbosch, waarover Otets vroeger regelmatig zijn ongenoegen ventileerde, al koos hij daarbij de kant van de gemeente, want hij vond Stienstra een arrogant en zelfzuchtig type (herinner je je dat nog)?
Een derde voorbeeld is dat van Willem Oltmans die zich door zijn bemoeienis met de Nederlandse politiek inzake Nieuw Guinea, waarbij hij zich ondermeer rechtstreeks tot Kennedy had gericht, de levenslange haat van Joseph Luns op de hals haalde. Het duurde jaren, maar uiteindelijk kon Oltmans aantonen dat het dwarszitten van hem door de Nederlandse Staat bewust en structureel was gebeurd, hetgeen hem een flinke schadevergoeding opleverde (maar zijn loopbaan was wel kapot gemaakt).
En nog een voorbeeld: Fred Spijkers, ombudsman bij Defensie, door zijn optreden in de landmijnenzaak jarenlang aangapakt door Defensie, van psychiatrische afwijkingen werd beticht, ontslagen werd en naar eigen zeggen zelfs door een staatssecretaris met de dood bedreigd is (omdat hij dreigde bepaalde documenten te gaan openbaren). Uiteindelijk heeft hij eerherstel in de vorm van een koninklijke onderscheiding, en schadevergoeding gekregen. Het archief met geheime stukken is in handen van een notaris en zal in elk geval tot 2026 gesloten blijven.
Vier voorbeelden van hoe de Nederlandse overheid (waarvan in drie gevallen de Staat) omgaat met burgers (en in het geval van Spijkers: een werknemer) die de overheidsbelangen in de weg staan.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid verdient een aparte post, die zal ik morgen of overmorgen schrijven.

Nou heb ikzelf van de 33 jaar dat ik werk, zo'n 22 jaar in overheidsdienst gewerkt. Dat is een bewuste keuze; mijn hart ligt bij de collectieve zaak. Wij komen uit een onderwijzersclan, en van huis uit hebben we meegekregen dat 'ondernemen' eigenlijk iets minderwaardigs is (althans, dat geldt voor mij. Ervaar jij dat ook zo?).
Maar hoe valt de keuze voor werken bij de overheid te rijmen met genoemde handelspraktijken van deze overheid jegens derden, praktijken die niet alleen onrechtmatig zijn, maar ook ronduit vals en gemeen?
Daarover in een volgende post meer.
Brat.

maandag 26 november 2018

Tatooine

Ha brat, onderweg op vakantie zijn we ook nog op de planeet Tatooine geweest.
De volgende twee plaatjes wil ik je niet onthouden.


Het landschap van Tatooine

Nederzettingen op Tatooine

En aangezien een plaatje meer is dan 1000 woorden, is dit daarmee meteen de gehele post van vandaag. 
Groet, Brat.

zondag 25 november 2018

Ave Maria

Wees gegroet, brat, vol van genade...want je stemde immers in met mijn verzoek om tijdelijk, gedurende mijn vakantie, van mijn postplicht te zijn gevrijwaard.

Welnu, wij bezochten het Heilige Land en trokken ook de Jordaan over, naar Trans-Jordanië, en terug. Het was, zeker de eerste dagen, spannend om zelf met de auto te rijden in Israëlische en Palestijnse gebieden. Zeker in drukke stadjes was het zoeken geblazen, en de lokale rijstijl is niet altijd bevorderlijk voor de gemoedsrust.
De tweede reisdag bezochten wij, op weg naar Tiberias, het stadje Nazareth, waar wij ondermeer naar de plek gingen waar Maria van een engel te horen kreeg dat ze middels Goddelijke tussenkomst bezwangerd was. Op deze plek staat nu de Annuntiatiekerk. Het was mooi, het was indrukwekkend, en ook al is het verhaal een mythe, het bijzondere gevoel toen we daar rondliepen was er niet minder om. Maar daar zal ik je niet verder mee vermoeien.

Van zo'n bezoek kregen wij uiteraard wel trek en teruglopend naar de auto passeerden wij een Arabisch restaurant dat er sfeervol en geheimzinnig uitzag. Wij naar binnen. Aldaar bleek de ruimte vol te hangen (maar dan ook tjokvol) met allerlei voorwerpen, kunst maar ook huisraad, agrarische spullen, muziekinstrumenten en wat dan ook. Van de vloer tot het plafond. De tent werd gerund door een norse oude man die ons maande binnen te gaan zitten want buiten op het kleine terras serveerde hij geen eten. Gezien zijn lichamelijke conditie was dat ook wel logisch want hij slofte met een hele kromme rug door de zaak heen.
Van zijn menukaart raadde hij kip aan, hoemoes en salade. Plus sap van granaatappels. Mmmm, kip en sla, daar hadden we zin in en dat bestelden wij dus ook. Hij slofte weg en door een soort kier zagen we hem in de keuken bezig. Wat heet keuken, het was allemaal uitermate primitief, en eerlijk gezegd ook viezig.
En toen sloeg de schrik me om het hart. Hoe had ik zo dom kunnen zijn om kip te bestellen? Waar was mijn verstand gebleven, met al mijn reiservaringen? Was ik dan vergeten hoe gevaarlijk kip kan zijn? Dat ik in Kathmandu alleen ging eten in schone restaurants, waar ze alles spoelden met een verdunde KMnO4 oplossing (kaliumpermanganaat; een sterke oxidant ter vernietiging van ziektekiemen)? Hoe kon ik zo stom zijn? Ik deelde mijn angst met mijn geliefde, die mij probeerde gerust te stellen. Dit hielp echter niet. In afwachting van de gerechten steeg in mijn kansberekening, of beter inschatting, want berekenen vergt rationaliteit en daar beschikte ik al snel niet meer over, het risico van besmetting al snel van 10% naar 25%, daarna naar 60 % en tenslotte naar 95%. Het kon niet anders dan dat wij ziek zouden worden. En hoe moest dat dan verder? Ik zag mijzelf niet rijden en tegelijkertijd doodziek zijn. O moedertje Gods, wat hadden wij gedaan?
Na een klein half uurtje werden de gerechten door de oude baas geserveerd. Het was ook nog eens veel te veel natuurlijk. Maar ja, ik ben dan ook nog eens zo dat ik me sociaal verplicht voel om er wel van te eten. Het smaakte niet slecht trouwens, en de kip was in elk geval gekookt en goed gaar. En het smaakte gaandeweg steeds beter.
We raakten aan de praat met de oude man. Onze belangstellende vragen deden zijn norsheid als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hij vertelde voluit. Dat zijn restaurant in alle internationale reisgidsen staat (Lonely Planet etc), dat menig Israëlisch minister in zijn Palestijnse zaak was komen eten, dat zijn zoon waarschijnlijk ooit de zaak zou overnemen, en dat hij hoopte dat God, als deze tenminste van hem hield, hem tijdens het bakken van zijn wafeltjes zou laten sterven.
Hier zie je de man, Abu Ashraf genaamd:


Zijn restaurant heet Deewan Al-Saraya Resturant Abu-Ashraf Museum.
En nee, we zijn niet ziek geworden.

je Brat